De peer en de brievenbus

007-Thumbnail peer
De kloof tussen beslissers en werkvloer is vaak breed en diep.
Ook – of misschien wel: juist – als het gaat om ICT.
De werelden van missie, visie en ondernemingsplan enerzijds, en die van nullen en enen anderzijds, sluiten van nature nou eenmaal niet zo lekker op elkaar aan. Datzelfde geldt menigmaal voor de communicatiestijlen van de respectievelijke wereldburgers.
Daardoor kan er soms zomaar een zaaltje volstromen met geagiteerde ICT-ers die dingen roepen als: ‘Welke gek verzint zoiets?’ en ‘Dit moet je echt niet willen!’, terwijl de vermoeid glimlachende manager tegenover hen stiekem denkt: ‘Pffff, the invasion of the nerds. Ik bepaal toevallig zelf wel wat ik moet willen. En waar maken die lui zich eigenlijk zo druk over: next, next, next, finish, dat kan ik thuis nog!’
Zelfs als deze manager zijn gedachten iets diplomatieker verwoordt, is soepel tot elkaar komen er meestal niet bij.
En dat is jammer, want zo’n gezelschap opgewonden ICT-ers heeft doorgaans wel iets belangrijks mee te delen. Anders waren ze wel lekker achter hun beeldschermen blijven zitten.

Dat een ICT-oplossing op het eerste gezicht aantrekkelijk lijkt, betekent helaas niet altijd dat hij dat ook is.
En hoe mooier een alternatief eruitziet op Powerpointniveau, hoe lastiger het is om mensen die de inhoudelijke finesses niet doorgronden, ervan te overtuigen dat ze iets willen wat in de harde werkelijkheid gewoonweg niet mogelijk is.
Tja, wat doe je dan?
Zelf heb ik in een moment van vertwijfeling ooit eens gegrepen naar een vergelijking met een zogeheten vormenemmertje, het bekende peuterspeelgoed waarbij vierkantjes, rondjes en driehoekjes door de juiste openingen in de deksel moeten worden gedaan.
‘En wat jij nu wilt, is een rondje door een vierkantje duwen!’
‘Hmmm…’
Mijn boodschap kwam over.
Fjoe.
(Ongelukkig genoeg leert de ervaring dat er ook exemplaren van dit educatieve speelgoed in omloop zijn waarbij het, met toepassing van enig geweld weliswaar, wel degelijk mogelijk is om een rondje door een vierkantje te persen.
Opvoedkundig volstrekt onverantwoord natuurlijk.
Tijdens somberder momenten zou je wel eens bijna gaan denken dat juist binnen managementgelederen menigeen met zo’n inferieur stuk speeltuig is opgegroeid. En daaraan een rotsvast geloof heeft overgehouden in Willen Is Kunnen en Succes Is Een Keuze. En daar bovendien een dusdanig wereldbeeld uit heeft geconstrueerd dat men geen been ziet in het tarten van wat natuurwetten op een achternamiddag.
Maar dit alles terzijde.)

Voor het volslagen onmogelijke deinzen de meeste managementteams en stuurgroepen nog wel terug.
Godzijdank.
Echt moeilijk zijn pas die gevallen waarbij iets technisch wel realiseerbaar is, maar tegelijkertijd zo onverstandig dat elke ICT-er met kennis van zaken bij voorbaat al weet hoeveel tijd, geld, energie, mankracht, goodwill, gebruikerswaardering, enzovoorts, die oplossing de organisatie de komende jaren zal gaan kosten.
Dat je de bedrijfsnaam al voor je kunt zien op de voorpagina van de krant of als trending topic op Twitter.
Dat je geen sombermans hoeft te zijn om te vrezen voor het voortbestaan van de afdeling, de business unit of zelfs het gehele bedrijf.
Zulke gevallen.
Wat moet je nog, als je al je expertise en overtuigingskracht al in de strijd hebt geworpen om de organisatie voor een desastreuze beslissing te behoeden, maar de gesprekken uiteindelijk toch steeds weer uitdraaien op:
‘Maar kan het?’
‘Nee. Nou ja, het kan wel, maar…’
Want dan treedt er een uiterst merkwaardig communicatiemechanisme in werking, dat al voor heel wat ellende heeft gezorgd. Terwijl namelijk voor de zender de boodschap pas echt begint na ‘maar’, komen bij de ontvanger alleen de woorden ‘ja, het kan’ luid en duidelijk door.
‘Top! Dan zou ik zeggen: van start!’
‘…’

Nu ken ik iemand, laten we hem Piet noemen, die juist zo’n lastige kwestie bij de hand had.
Hij had het om te beginnen met argumenten geprobeerd (want hij behoort tot de mij dierbare mensensoort die blijft geloven dat belangrijke kwesties op rationele gronden worden beslist).
Toen dat niet hielp, met nog meer argumenten.
Daarna met dezelfde argumenten, maar dan wat anders gerangschikt.
Alles tevergeefs.
Terwijl hij, en met hem de hele ICT-afdeling, in de ankers hing, huppelden de beslissers nog altijd opgewekt richting ravijn.
Totdat Piet een ingeving kreeg. In een laatste wanhoopspoging schreef hij over de beoogde maar verwerpelijke oplossing een notitie die hij (met dank aan Godfried Bomans) afsloot met deze zin:  ‘Dat kan wel, zoals je ook een peer wel door een brievenbus krijgt, maar je krijgt rommel in huis.’
Dat nu bleek een gouden greep.
Het pas nog zo hooggewaardeerde alternatief raakte binnen de kortste keren organisatiebreed bekend als de ‘peer-door-de-brievenbus-oplossing’, en daar wenste toch geen beslisser zijn naam aan te verbinden.
Koers dus gewijzigd op de rand van de afgrond.
Het klamme zweet op het voorhoofd, maar vooruit maar weer.
Alles voor de goede zaak.

En nou zat ik zo te denken:
waarom ‘de peer door de brievenbus’ voortaan niet algemeen ingezet als laatste redmiddel, virtuele noodrem, ultieme uitweg?
Niet om in het wilde weg in de strijd te gooien, integendeel: zelfbeheersing is geboden.
De ICT-er die bij het minste of geringste ‘peer door de brievenbus!’ begint te roepen, zal merken dat het wondermiddel al spoedig uitgewerkt raakt. Zoals je ook maar een paar keer nodeloos aan de noodrem hoeft te trekken om tot ongewenste passagier te worden verklaard.
Dus wordt er een oplossing geopperd die op zich best kan, maar die je zelf liever net wat anders had gezien? Dan is dat geen gevalletje-peer. Een laatste redmiddel is een laatste redmiddel tenslotte, dat zet je niet voor elk wissewasje in.
En wie een keer een echte peer te pakken heeft, komt natuurlijk ook met één of meer wel realiseerbare oplossingsalternatieven.
Wil dit kunnen werken, dan moeten beslissers bereid zijn om serieuze aandacht te schenken aan een noodkreet. En waarom trouwens ook niet meteen aan andere zaken die de ICT-ers over het voetlicht proberen te brengen? Die knakkers lopen er immers niet voor niets; die zijn aangetrokken omdat het hoogopgeleide vakmensen zijn, met kennis, ideeën en adviezen die de organisatie hard nodig heeft.
Moet je wel naar ze luisteren natuurlijk.
Wordt iedereen beter van.

Het begrip peer review krijgt ineens een geheel nieuwe dimensie.

007-Peer op de mat

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

You may use these HTML tags and attributes:

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>